Reeds 6.590 kilometer rijden na aanschaf van de gebruikte Iveco Daily koelwagen, werd de berijder regelmatig geconfronteerd met een brandend oliedruklampje. De Daily was voorzien van een 2.3 liter commonrail motor met motorcode F1AE3481B en had 186.957 kilometer op de teller staan.

De auto werd aangeboden bij een Iveco dealer die na een aantal werkzaamheden tot de conclusie kwam dat de motor versleten was en er een nieuwe in moest. De buitenlandse garantieverzekeraar vroeg Tech|X één en ander vast te stellen en zo mogelijk te onderbouwen.

Verhoogd olieverbruik

Ten tijde van mijn bezoek stond de auto buiten, het nokkenasdeksel, het distributiedeksel en de turbo en de oliepomp waren gedemonteerd. Daardoor kon de klacht door Tech|X niet worden vastgesteld. De afzonderlijke onderdelen -met name de turbo en de oliepomp- lieten echter geen enkel teken van slijtage zien. De eigenaar wist te vertellen dat er geen sprake was van verhoogd motorolieverbruik, hetgeen doorgaans een indicatie is voor motorslijtage.

Er moet een nieuwe motor in meneer. Oh nee, toch niet.

Uitlezen van de ECU gaf inderdaad een aantal relevante foutmeldingen, waaronder een foutief signaal van de oliedruksensor P250A. Op de auto blijkt een terugroepactie omtrent dit probleem van toepassing. De oplossing bestaat uit een software-update die door de dealer werd uitgevoerd. De update leverde echter niet het gewenste resultaat op. Ook na uitvoerig onderzoek, waren er nog steeds geen kenmerken aanwezig welke duidden op slijtage van de motor. Ook leek de dealer niet gemotiveerd om de door hem gestelde diagnose afdoende te onderbouwen.

Drijfstanglagers demonteren

In een uiterste poging de oorsprong van de vermeende schade te achterhalen, verzocht Tech|X de drijfstanglagers te demonteren, een tweede bezoek zou dan uitsluitsel kunnen geven over de al dan niet aanwezige motorslijtage.

Tijdens het tweede bezoek bleken de drijfstanglagers te zijn gedemonteerd, maar eveneens wederom te zijn gemonteerd. Deze kenmerken deden Tech|X besluiten de auto elders onder te brengen en wel bij de leverende partij. Dit is een bestelwagenspecialist bij uitstek en als leverende partij staan er geen standpunten boven de belangen in de weg.

Nadat bij leverende partij de drijfstanglagers waren uitgebouwd, bezocht ik nogmaals de auto om gezamenlijk de motor te inspecteren. De drijfstanglagers bleken nog in meer dan redelijke staat te zijn, overmatige slijtage was niet aan de orde. Tech|X adviseerde uiteindelijk de lagers wel te vernieuwen; drijfstanglagers die gedemonteerd zijn geweest, moet je altijd vernieuwen… punt!

Er moet een nieuwe motor in meneer. Oh nee, toch niet.

Klein hobbeltje

Ook adviseerde Tech|X om de drijfstanglagers en oliepomp te vernieuwen en de verstuivers te laten testen in verband met mogelijke brandstofverdunning. De verstuivers bleken in orde en de reparaties werden uitgevoerd. Daar diende echter wel één klein hobbeltje genomen te moeten worden. De bestelde drijfstanglagers bleken namelijk ogenschijnlijk niet de juiste en werden retour gestuurd.

Na telefonisch overleg bleken de lagers toch wel de juiste te zijn, maar te zijn gemodificeerd. Na de motor te hebben samengebouwd liep deze goed. Tot op de dag vandaag zijn de dubieuze oliedruk-meldingen uitgebleven. Het monteren van een nieuwe motor had zeker ook de gewenste oplossing geboden, maar bleek achteraf drie keer zo duur. Om de ontstane situatie te beoordelen, dient een verschil gemaakt te worden tussen standpunten en belangen, de laatste voedt de eerste, maar zijn zelden eender.

Deel.

Over de schrijver

Bert Pennock

Bert Pennock is sinds 1976 werkzaam in de automotive branche en verricht technische expertises aan auto’s met zijn bedrijf Tech|X. In 2012 startte Bert 'Flush Service Europe' op. Flush Service Europe importeert en verkoopt motorflush machines. Op Driving-Dutchman schrijft Bert sinds 2013 artikelen over opvallende technische expertises waar hij mee in aanraking komt.

Laat een reactie na: